Waarom meten we motorvermogen in pk’s?

De term pk (paardenkracht) wordt al decennia gebruikt om het vermogen van motoren aan te duiden. Maar wat heeft een motor precies met een paard te maken?

De oorsprong van de paardenkracht gaat terug naar de 18e eeuw, toen paarden nog machines aandreven. Met de komst van de stoommachine moest men de kracht van die nieuwe technologie vergelijken met iets herkenbaars: het vermogen van een paard. De Schotse ingenieur James Watt berekende dat één paard in staat was om continu 550 pond met een snelheid van één voet per seconde te verplaatsen. Zo kwam hij tot de eenheid paardenkracht, wat overeenkomt met ongeveer 745,7 watt.

Met de invoering van het metrische systeem werd ook een metrische variant ingevoerd: één pk = 735,5 watt. Deze versie is gebaseerd op een paard dat 75 kg in één seconde één meter omhoog kan tillen.

In de praktijk blijven beide definities nog steeds gebruikt. Bij auto’s en buitenboordmotoren hoor je vaak pk, terwijl elektromotoren meestal in watt of kilowatt worden uitgedrukt. Toch gebruiken sommige fabrikanten van elektrische voertuigen nog steeds pk om prestaties begrijpelijker te maken voor het brede publiek.

Kortom: 150 pk komt ongeveer overeen met 110 kilowatt – maar de precieze waarde hangt af van het systeem dat wordt gebruikt. De pk is historisch gegroeid, blijft herkenbaar, maar wordt stilaan vervangen door de universele eenheid: watt.

MEEST GELEZEN

ADVERTENTIE